Ook dit jaar hebben we weer enkele keuzeweken gehad, waarin we onder andere ook een stageweek hadden
zitten. Als keuzevak had ik dit keer gekozen voor vergelijkende aspecten van het circulatieapparaat.
Tijdens de eerste dag kregen we enkele hoorcolleges over het ontstaan van het hart en de verschillen tussen
zoogdieren, amfibieën, reptielen en vissen. Opmerkelijk genoeg blijkt het zo te zijn dat de ontogenie een
reflectie is van de evolutie. Dat wil zeggen dat je in de ontwikkeling van een levend wezen (vanaf de eicel tot
aan het individu) heel de evolutie min of meer terug kan zien.
Zo is het circulatieapparaat van zoogdieren het verste ontwikkeld want het hart bestaat uit vier holten en er is
een kleine (longen) en een grote circulatie (lichaam). Toch zie je tijdens de ontwikkeling van het circulatie-
apparaat van zoogdieren de stadia waar vissen, amfibieën en reptielen zijn geëindigd.
Het was de bedoeling dat we ons de rest van de week zouden opsplitsen in 2 groepen: 1 groep ging ECG’s
maken bij honden, paarden, koeien, schapen, konijnen, ratten en mensen en de andere groep ging ECG’s
maken bij duiven, kikkers, slangen en leguanen.
Met een ECG (elektrocardiogram) kun je de elektrische activiteit van het hart meten en zo, naast enkele
karakteristieken van het hart, eventuele stoornissen in de prikkelvorming of prikkelgeleiding waarnemen.
Daarnaast zou er nog een demonstratie geven worden over hart echografie bij de hond. Omdat er gevraagd
werd of er mensen waren die het leuk vonden om een hartecho van hun eigen hond te laten maken, besloot ik
deze kans aan te grijpen en Cha’ris na de training ’s avonds mee naar Utrecht te nemen.
De volgende dag mocht Cha’ris voor het eerst mee naar de universiteit. Hier aangekomen werd hij door
iedereen uitgebreid geknuffeld en geaaid. Alle die aandacht maakte hem zo blij dat hij spontaan alle kunstjes
die ik hem heb geleerd aan iedereen liet zien. Pootjes geven,
rond draaien, rolletjes, sprongetjes en apporteren; hij haalde al z’n charmes te voorschijn. Wat nog het meest
opvallend was, was dat iedereen erg verbaast was dat hij zo goed luisterde. Is het niet normaal dat een hond
gaat zitten en liggen wanneer je dat wil, dat ze niet trekken aan de riem en loslaten wanneer je los zegt?
Met een klein groepje kwamen we dinsdagmiddag aan in de Universiteitskliniek voor gezelschapsdieren.
De echo werd gemaakt door een arts die naast zijn werk in de universiteitskliniek ons ook les had gegeven in
röntgendiagnostiek en echografie. Hij had echter een Beagle verwacht (de proefhonden van de faculteit) en
geen Border collie. Nadat ik hem uitgelegd had dat de docent Cha’ris had aangewezen als proefhond en de
Beagle niet zou komen, kreeg de arme man bijna een rolberoerte. Hij zag het al helemaal voor zich:
een nerveuze Border (zo staan ze bij veel docenten namelijk bekend) van 23 kg die dit niet gewend was,
moest een half uur plat op een tafel blijven liggen. Het was nu mijn beurt om te vertellen dat Cha’ris dit
inderdaad nog nooit had ondergaan maar dat hij wel erg goed luisterde.
Hierop sloeg de docent een diepe zucht; er zat immers niets anders op want over 45 min begon zijn spreekuur
in de kliniek weer. Toen we Cha’ris met twee man op de tafel getild hadden, werd hij een klein beetje
geschoren. Daarna moest hij op zijn zij gaan liggen zodat er (via een gat in de tafel) van onder af een echo
gemaakt kon worden. Ook in zo’n geval is het makkelijk dat je hond gaat liggen
wanneer je ‘af’ zegt, maar het feit dat hij daadwerkelijk ging liggen zorgde weer voor de nodige verbazing.
Toen Cha’ris op zijn zij moest, begon hij zich een beetje te verzetten. Maar nadat ik streng de woorden
“Cha’ris nee” had gezegd, liet hij zich omvallen en bleef als een dode hond op zijn zij liggen. De wenkbrauwen
van de docent, die nu begon in te zien dat dit misschien wel eens een andere Border was dan die hij voor ogen
had, stonden inmiddels als een driehoek op zijn voorhoofd gefronst. Hij mompelde iets onverstaanbaars en
daarna begon hij. Niet alleen de aanblik van een rustige Cha’ris maar ook zijn hart dat langzaam klopte,
liet zien dat Cha’ris totaal niet gestrest was.
Na alle kleppen en bloedstromen (in kleur) bekeken te hebben, vroeg de docent of ik hem zelf wilde echoën.
Met meer geluk dan wijsheid kreeg ik ook een paar mooie afbeeldingen van het hart van mijn eigen hond op
het scherm te zien. Wat is het moeilijk om een goed echobeeld te krijgen! Toen we klaar waren en ik Cha’ris
had beloond met een snoepje zei de docent: “Als je nu niet meer met het zou trainen, dan weet ik zeker dat het
je niet zou lukken om hem over een jaar nog zo stil te laten liggen en onder controle te houden”.
Nu was het mijn beurt om mijn wenkbrauwen te fronzen. Was dit zijn manier om te zeggen dat hij vond dat
Cha’ris eigenlijk toch wel goed luisterde?
Omdat ik Cha’ris toch in Utrecht had en hij erg braaf was geweest bij de echo, mochten we hem ook gebruiken
voor het afnemen van een ECG. Ook hier bleef hij muisstil liggen; alsof hij wist dat spierspanningen een ECG
kunnen verstoren. Stiekem was ik erg blij dat hij zich hier van zijn goede kant liet zien. Zijn bijnaam in de
behendigheid is niet voor niets Gekke Gerrit…Wat zou het fijn zijn als hij in de behendigheid ook zo goed zou
luisteren….