Tentamens…Mijn bed ligt vol met boeken, stencils, mappen en pennen en naast mijn bed zijn de nodige lege
chipszakken en andere etenswaren te vinden. In de boekenkast naast mijn bed staat een inmiddels leeg
kop je thee en een fles water. Kortom: alles wat ik nodig heb ligt zo binnen handbereik en alles wat niet meer
nodig is gooi ik buiten handbereik.
Afgelopen maart was het weer zover. Deze keer had ik in de week hier voor afgaand ‘vrij’ ofwel studie verlof
en dus eigenlijk helemaal geen vrij. Deze week had ik in Kaatsheuvel doorgebracht. Dit vind ik fijner, niet
alleen omdat ik dan beter kan leren maar ook omdat er voor mijn eten wordt gezorgd en omdat ik Cha’ris en
Laeta bij me heb. Mijn eerste tentamen was Voeding. Een erg makkelijk vak met voornamelijk rekensommen
waar ik dus maar twee dagen aan hoefde te besteden. Het tweede tentamen was Adaptatie 2.
Mijn ervaringen met Adaptatie 1 leerden mij dat ik ook voor dit tentamen aan anderhalve dag studeren genoeg
zou hebben. Ik kan me immers aardig redden uit vragen over honden- en kattengedrag, dus ik hoefde me
alleen maar echt te verdiepen in wat andere diersoorten. De rest van de tijd had ik gereserveerd voor
Ziekteleer 2. Zo’n 200 pagina’s met ziekten van het oog en van het respiratie- en circulatieapparaat met bij
behorende oorzaken/verwekkers, verschijnselen, diagnosen, DDxen, therapieën en prognoses.
Op zondag avond vertrok ik met Poema naar Utrecht. ‘s Maandags na mijn eerste tentamen zat ik zoals
gebruikelijk op bed te studeren, diep verzonken in mijn werk. Poema, mijn inmiddels stevige kater, was buiten.
Zoals altijd had ik mijn schuifpui open staan zodat meneer zichzelf binnen en buiten kan laten. Mijn manneke
heeft namelijk een nogal doordringend miaauwtje wat hij gebruikt als hij hetgene wat hij wil zelf niet voor elkaar
krijgt. Naast dit doordringende irritante gemiaaaauw, heeft Poem ook nog een korte miauw om zich zelf aan
te kondigen (ook al staat de deur open). Daar zat ik dus; zo geconcentreerd te studeren dat ik mijn ventje niet
eens binnen had horen komen. Zelfs de stank waarmee zijn verschijning gepaard ging had ik niet eens
opgemerkt. Wat ik wel bemerkte bezorgde mij bijna een hartaanval. Zo triomfantelijk als mijn manneke het
kwam brengen, zo verschrokken slaakte ik een gil toen ik een gedeeltelijk afgekloven, waarschijnlijk
opgegraven, half rottende konijnenpoot op mijn studiemateriaal kreeg geworpen. Zijn vriendelijke gebrabbel
maakte het voor mij niet minder afgrijselijk. Mijn huis- en studie genoot was ook gealarmeerd door mijn gegil
en kwam verbaasd een kijkje nemen in mijn horror kamer. Poema had ondertussen door dat ik niet blij was
met zijn stinkende dode verrassing en was inmiddels met zijn poot de gang ingevlucht. Mijn huisgenoot
moest Poema vasthouden toen ik met een plastic zak zijn poot afhandig wilde maken. Toen ik mijn moeder op
de hoogte stelde van deze gebeurtenis was ze zo trots op Poema en blij voor mij.
Waarom? Omdat een konijnenpoot geluk scheen te brengen! Ze vroeg waarom ik hem af had gepakt
aangezien de poot (of beter het bot met een pluk haar) mij vast geluk zou brengen. Zucht.. Na Poem toch maar
even bedankt te hebben voor zijn cadeau, ging ik weer verder met studeren. Amper twee weken later, ik was
het hele voorval weer vergeten, werd ik op bijna identieke wijze weer eens verrast door mijn grote jager.
Deze keer zat ik achter mijn bureau een presentatie te maken met mijn huis- en studiegenoot. Ook nu hadden
we allebei zijn ‘ik-kom-binnen-waar-staat-mijn-eten-miaauw’ niet gehoord, wellicht omdat zijn prooi nu te groot
was om dit te doen en omdat hij geen honger had. Na een aantal doffe klappen gehoord te hebben, besloot ik
te gaan kijken wat er aan de hand was. Tot mijn grote verbazing was Poema in de gang aan het voetballen
en rugbyen met een half konijn. Deze keer bleef het echter niet bij een “gevonden” poot. Het was de achterkant
van een konijn, maar deze keer nog warm en met haar. Blijkbaar had ie de voorkant al op…
Mijn vriendin rende naar haar kamer (boven die van mij) om haar camera te pakken zodat ze dit alles vast
kon leggen. Aan mij de taak om Poema’s konijn af te pakken. Toen ik ook maar 2 passen in de gang had
gezet,
pakte Poema het konijn bij zijn achterpoten en rende mijn kamer in. Uiteraard landde dit geheel boven op
mijn bed en naast mijn pyjama, zodat ik mijn bed (wat ik de dag er voor keurig gewassen en verschoond had)
weer opnieuw kon verschonen. Maar niet alleen mijn bed was aan een schoonmaak toe, want ook de gang
lag vol met plukken konijnenhaar. Toen ik mijn moeder de foto’s doorstuurde was haar reactie:
“Hij zal zunne dikke kop zo wel blijven houwe”. Maar niet alleen zijn kop was dik.. Toen ik dat weekend thuis
kwam met Poema ging meneer zoals gewoonlijk ook hier op stap. ’s Middags zag ik Poem onze tuin in
strompelen. Bloed aan zijn poten en een buik zo bol als een luchtballon. Eenmaal binnen plofte hij
(zonder aan het eten van onze bejaarde kater Pino te komen) op een stoel. Hij kon geen pap (lees: konijn)
meer zeggen. Pas ’s avonds was mijn manneke weer uit zijn coma ontwaakt. Sindsdien gaat hij met een
(elastisch) halsbandje met 2 belletjes door het leven.